Bezonken Rood / Sunken Red
Sep. 11th, 2005 10:36 pmThis has been sitting on my computer for a while now. It's a review from a play I saw two weeks ago. This play was part of the Dutch-Flemish Theatre Festival that celebrates the best performances of last season to start off the new theatre season. As always I post in English and Dutch.
The Beauty of Decay
(Nederlandstalige lezers: de versie in het Nederlands vind je verderop.)
Sunken Red, a production by Ro Theater based on the novel by the same name by Jeroen Brouwers.
Kaaitheater, August 27th, 2005
Acting: Dirk Roofthooft
Stage Direction: Guy Cassiers
Like a pathetic old man Dirk Roofthooft shuffles on stage; like a father, abhored by his teenage children. His complete life flowing together in this performance, at this hour, on this stage is a life of decay, wherein pills should bring well earned rest. But the rest doesn't come. There's only doubt and the absence of any kind of feeling.
From côté cour to côté jardin Roofthooft moves across the stage. Every sound he makes, every little cough, every sigh, and whispered word is intensified and sent to the audience. The public sees an enlargement of minimalistic and repetitive movements that stage despair. An alarm clock sounds and the action starts up again. The actor returns, tries to take his pills with trembling hands, but doesn't succeed – not anymore.
This break with the repetition is the actual starting point of the narration. A man on his own with his demons has to face the source of his despair. Isn't it simply that: despair? Focussed on female beauty and the withering of this beauty, he can only return to the moment that determined his destiny.
Sunken Red is an adaptation of the novel by the same name by Jeroen Brouwers wherein the author brings homage to his deceased mother. On the same time the novel tells about the troubled relationship between mother and son. During the second world war the family Brouwers stayed in Japanese camps in what back then were the Netherlands Indies. Being a boy of only five years old the author was transported to a women's camp. There he was confronted with the denigrating and degrading treatment of his own mother. The events break up the relationship between mother and child. The child can no longer regard this woman as its mother. Her beauty is shattered, her life destroyed in one sole moment of humiliation.
The frail relation towards the mother filters through in Brouwers' later life and his behaviour towards women. All the time fear and loathing for the decay of the cherished body vibrates on the background. A child being born mauls a woman, smashes her. Brouwers can no longer love her. This woman isn't anymore the woman she was before.
Roofthooft gives the audience a view on a pathetic man. He isn't able to make a distinction between loving the beauty and loving a woman as a person. We see a failure on stage, an egocentric fat-guts who doesn't even want to go to his mother's cremation; who doesn't even feel anything when his mother dies, except selfpity.
Nonetheless, bit by bit we get an insight in this bizarre being. Brouwers doesn't spare himself. His language, by beauty penetrated, can't hide the meaning of the words: this man is a broken man, this by beauty obsessed man has an ugly life.
Roofthooft doesn't play age and illness, he is it. He hauls himself across the stage, rattles, coughs. His gestures are small and his voice is but a whisper. The real time video and the audio amplification by De Filmfabriek emphasize this way of acting. It ages the man. The sunken red, emphatically present in the lighting, gives the scene an ethereal atmosphere. Further in the performance Roofthooft's acting is more and more animated and the stage becomes more red. We descend in the narrator's world.
Sunken Red drags you along. The initial antipathy to the character Jeroen Brouwers (because is the writer here nothing more than that, despite the autobiographic colour of his book) get changed into understanding his despair. He isn't the only one fighting his feelings in a world wherein beauty and love are seemingly linked. Roofthooft is grandiose in the high tech world created for him. Cameras, screens and microphones are clearly visible. Technology gets an archaic flavour because of it. Visible cables change high tech into low tech: a struggle of an aging man with things he no longer understands or maybe has never understood. Like women. Again and again he tries to grasp that world, but always there is the wish to retreat from it. Unfortunately "there is nothing that doesn't touch something else".
De schoonheid van aftakeling
Bezonken Rood, een productie van Ro Theater naar het gelijknamige boek van Jeroen Brouwers.
Kaaitheater, 27 augustus 2005
Spel: Dirk Roofthooft
Regie: Guy Cassiers
Als een zielige oude man sloft Dirk Roofthooft over het podium; als een vader, door tienerkinderen verafschuwd. Zijn hele leven dat samenkomt in deze voorstelling, op dit uur, op dit podium is een leven van aftakeling, waarin pillen verdiende rust moeten brengen. Maar de rust wil niet komen. Er is enkel de vertwijfeling en het ontbreken van elk gevoel.
Van côté cour naar côté jardin beweegt Roofthooft over het podium. Ieder geluid dat hij hierbij maakt, ieder kuchje, zuchtje, gefluisterd woord wordt versterkt en de zaal ingestuurd. De toeschouwers zien een uitvergroting van minimalistische en repetitieve bewegingen, die een vertwijfeling ensceneren. Een wekker gaat en de handeling begint weer opnieuw. De acteur keert terug, probeert met bevende handen zijn pillen te nemen, maar slaagt er niet meer in.
Dit doorbreken van de herhaling is het eigenlijke startschot van de vertelling. Een man alleen met zijn demonen moet onder ogen zien waar zijn wanhoop vandaan komt. Want is het dat niet: wanhoop? Gefixeerd op vrouwelijke schoonheid en op het verdorren van die schoonheid, kan hij niet anders dan terugkeren naar het moment dat zijn lot bepaalde.
Bezonken Rood is een bewerking van de gelijknamige roman van Jeroen Brouwers waarin de auteur een hommage brengt aan zijn gestorven moeder. Tegelijk vertelt dit boek over de getroubleerde relatie tussen moeder en zoon. Tijdens de tweede wereldoorlog verbleef de familie Brouwers in Japanse kampen in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Als jongen van nauwelijks vijf jaar oud werd de auteur ondergebracht in een vrouwenkamp, waar hij geconfronteerd werd met de denigrerende en mensonterende behandeling van zijn eigen moeder. De gebeurtenissen breken de relatie tussen moeder en kind. Het kind kan deze vrouw niet langer beschouwen als zijn moeder. Haar schoonheid is geknakt, haar leven verwoest in één enkel moment van vernedering.
De broze relatie tot de moeder schemert door in Brouwers' latere leven en zijn verhouding tot vrouwen. Voortdurend zindert er angst en afgrijzen voor de aftakeling van het beminde lichaam op de achtergrond. Een kind dat geboren wordt, takelt de vrouw toe, maakt haar kapot. Brouwers kan haar niet langer beminnen. Deze vrouw is niet meer de vrouw die ze voorheen was.
Roofthooft geeft het publiek een blik op een zielige man. Hij weet geen onderscheid te maken tussen het beminnen van de schoonheid en het beminnen van de vrouw als persoon. We zien een mislukkeling op het podium, een egocentrische vetzak die nog niet eens naar de crematie van zijn eigen moeder wil; die niet eens iets voelt als zijn moeder sterft, tenzij zelfmedelijden.
Stukje bij beetje krijgen we echter inzicht in dit bizarre wezen. Brouwers spaart zichzelf niet. Zijn van schoonheid doordrongen taal kan de betekenis van woorden niet verhullen: deze man is een gebroken man, deze door schoonheid geobsedeerde man heeft een lelijk leven.
Roofthooft speelt niet de ouderdom en de ziekte, hij is het. Hij sleept zich over het podium, rochelt, kucht. Zijn gebaren zijn klein en zijn stem is haast gefluister. De real time video en de geluidsversterking van De Filmfabriek benadrukken dit spel. Ze maken de man ouder. Het bezonken rood, nadrukkelijk aanwezig in de belichting, geeft de scène een etherische sfeer. Hoe verder we in de voorstelling zitten, hoe geanimeerder Roofthoofts spel wordt en hoe roder de scène. We dalen af in de wereld van de verteller.
Bezonken Rood sleurt je mee. De intiële afkeer van het personage Jeroen Brouwers (want is de schrijver hier niet meer dan dat, ondanks de autobiografische inslag van zijn boek) wordt vervangen door begrip voor zijn wanhoop. Hij is niet de enige die vecht met zijn gevoelens in een wereld waarin schoonheid en liefde blijkbaar aan elkaar gekoppeld zijn. Roofthooft is grandioos in de high tech wereld die voor hem is gecreëerd. Camera's, schermen en microfoons zijn duidelijk zichtbaar aanwezig. De techniek krijgt daardoor een archaïsch tintje. Zichtbare kabels laten high tech veranderen in low tech: een gevecht van een ouder wordende man met dingen die hij niet langer begrijpt of misschien nooit heeft begrepen. Zoals vrouwen. Steeds opnieuw probeert hij vat te krijgen op die wereld, maar altijd is er de wens om zich terug te trekken. Helaas "is er niets dat niet iets anders aanraakt".
The Beauty of Decay
(Nederlandstalige lezers: de versie in het Nederlands vind je verderop.)
Sunken Red, a production by Ro Theater based on the novel by the same name by Jeroen Brouwers.
Kaaitheater, August 27th, 2005
Acting: Dirk Roofthooft
Stage Direction: Guy Cassiers
Like a pathetic old man Dirk Roofthooft shuffles on stage; like a father, abhored by his teenage children. His complete life flowing together in this performance, at this hour, on this stage is a life of decay, wherein pills should bring well earned rest. But the rest doesn't come. There's only doubt and the absence of any kind of feeling.
From côté cour to côté jardin Roofthooft moves across the stage. Every sound he makes, every little cough, every sigh, and whispered word is intensified and sent to the audience. The public sees an enlargement of minimalistic and repetitive movements that stage despair. An alarm clock sounds and the action starts up again. The actor returns, tries to take his pills with trembling hands, but doesn't succeed – not anymore.
This break with the repetition is the actual starting point of the narration. A man on his own with his demons has to face the source of his despair. Isn't it simply that: despair? Focussed on female beauty and the withering of this beauty, he can only return to the moment that determined his destiny.
Sunken Red is an adaptation of the novel by the same name by Jeroen Brouwers wherein the author brings homage to his deceased mother. On the same time the novel tells about the troubled relationship between mother and son. During the second world war the family Brouwers stayed in Japanese camps in what back then were the Netherlands Indies. Being a boy of only five years old the author was transported to a women's camp. There he was confronted with the denigrating and degrading treatment of his own mother. The events break up the relationship between mother and child. The child can no longer regard this woman as its mother. Her beauty is shattered, her life destroyed in one sole moment of humiliation.
The frail relation towards the mother filters through in Brouwers' later life and his behaviour towards women. All the time fear and loathing for the decay of the cherished body vibrates on the background. A child being born mauls a woman, smashes her. Brouwers can no longer love her. This woman isn't anymore the woman she was before.
Roofthooft gives the audience a view on a pathetic man. He isn't able to make a distinction between loving the beauty and loving a woman as a person. We see a failure on stage, an egocentric fat-guts who doesn't even want to go to his mother's cremation; who doesn't even feel anything when his mother dies, except selfpity.
Nonetheless, bit by bit we get an insight in this bizarre being. Brouwers doesn't spare himself. His language, by beauty penetrated, can't hide the meaning of the words: this man is a broken man, this by beauty obsessed man has an ugly life.
Roofthooft doesn't play age and illness, he is it. He hauls himself across the stage, rattles, coughs. His gestures are small and his voice is but a whisper. The real time video and the audio amplification by De Filmfabriek emphasize this way of acting. It ages the man. The sunken red, emphatically present in the lighting, gives the scene an ethereal atmosphere. Further in the performance Roofthooft's acting is more and more animated and the stage becomes more red. We descend in the narrator's world.
Sunken Red drags you along. The initial antipathy to the character Jeroen Brouwers (because is the writer here nothing more than that, despite the autobiographic colour of his book) get changed into understanding his despair. He isn't the only one fighting his feelings in a world wherein beauty and love are seemingly linked. Roofthooft is grandiose in the high tech world created for him. Cameras, screens and microphones are clearly visible. Technology gets an archaic flavour because of it. Visible cables change high tech into low tech: a struggle of an aging man with things he no longer understands or maybe has never understood. Like women. Again and again he tries to grasp that world, but always there is the wish to retreat from it. Unfortunately "there is nothing that doesn't touch something else".
De schoonheid van aftakeling
Bezonken Rood, een productie van Ro Theater naar het gelijknamige boek van Jeroen Brouwers.
Kaaitheater, 27 augustus 2005
Spel: Dirk Roofthooft
Regie: Guy Cassiers
Als een zielige oude man sloft Dirk Roofthooft over het podium; als een vader, door tienerkinderen verafschuwd. Zijn hele leven dat samenkomt in deze voorstelling, op dit uur, op dit podium is een leven van aftakeling, waarin pillen verdiende rust moeten brengen. Maar de rust wil niet komen. Er is enkel de vertwijfeling en het ontbreken van elk gevoel.
Van côté cour naar côté jardin beweegt Roofthooft over het podium. Ieder geluid dat hij hierbij maakt, ieder kuchje, zuchtje, gefluisterd woord wordt versterkt en de zaal ingestuurd. De toeschouwers zien een uitvergroting van minimalistische en repetitieve bewegingen, die een vertwijfeling ensceneren. Een wekker gaat en de handeling begint weer opnieuw. De acteur keert terug, probeert met bevende handen zijn pillen te nemen, maar slaagt er niet meer in.
Dit doorbreken van de herhaling is het eigenlijke startschot van de vertelling. Een man alleen met zijn demonen moet onder ogen zien waar zijn wanhoop vandaan komt. Want is het dat niet: wanhoop? Gefixeerd op vrouwelijke schoonheid en op het verdorren van die schoonheid, kan hij niet anders dan terugkeren naar het moment dat zijn lot bepaalde.
Bezonken Rood is een bewerking van de gelijknamige roman van Jeroen Brouwers waarin de auteur een hommage brengt aan zijn gestorven moeder. Tegelijk vertelt dit boek over de getroubleerde relatie tussen moeder en zoon. Tijdens de tweede wereldoorlog verbleef de familie Brouwers in Japanse kampen in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Als jongen van nauwelijks vijf jaar oud werd de auteur ondergebracht in een vrouwenkamp, waar hij geconfronteerd werd met de denigrerende en mensonterende behandeling van zijn eigen moeder. De gebeurtenissen breken de relatie tussen moeder en kind. Het kind kan deze vrouw niet langer beschouwen als zijn moeder. Haar schoonheid is geknakt, haar leven verwoest in één enkel moment van vernedering.
De broze relatie tot de moeder schemert door in Brouwers' latere leven en zijn verhouding tot vrouwen. Voortdurend zindert er angst en afgrijzen voor de aftakeling van het beminde lichaam op de achtergrond. Een kind dat geboren wordt, takelt de vrouw toe, maakt haar kapot. Brouwers kan haar niet langer beminnen. Deze vrouw is niet meer de vrouw die ze voorheen was.
Roofthooft geeft het publiek een blik op een zielige man. Hij weet geen onderscheid te maken tussen het beminnen van de schoonheid en het beminnen van de vrouw als persoon. We zien een mislukkeling op het podium, een egocentrische vetzak die nog niet eens naar de crematie van zijn eigen moeder wil; die niet eens iets voelt als zijn moeder sterft, tenzij zelfmedelijden.
Stukje bij beetje krijgen we echter inzicht in dit bizarre wezen. Brouwers spaart zichzelf niet. Zijn van schoonheid doordrongen taal kan de betekenis van woorden niet verhullen: deze man is een gebroken man, deze door schoonheid geobsedeerde man heeft een lelijk leven.
Roofthooft speelt niet de ouderdom en de ziekte, hij is het. Hij sleept zich over het podium, rochelt, kucht. Zijn gebaren zijn klein en zijn stem is haast gefluister. De real time video en de geluidsversterking van De Filmfabriek benadrukken dit spel. Ze maken de man ouder. Het bezonken rood, nadrukkelijk aanwezig in de belichting, geeft de scène een etherische sfeer. Hoe verder we in de voorstelling zitten, hoe geanimeerder Roofthoofts spel wordt en hoe roder de scène. We dalen af in de wereld van de verteller.
Bezonken Rood sleurt je mee. De intiële afkeer van het personage Jeroen Brouwers (want is de schrijver hier niet meer dan dat, ondanks de autobiografische inslag van zijn boek) wordt vervangen door begrip voor zijn wanhoop. Hij is niet de enige die vecht met zijn gevoelens in een wereld waarin schoonheid en liefde blijkbaar aan elkaar gekoppeld zijn. Roofthooft is grandioos in de high tech wereld die voor hem is gecreëerd. Camera's, schermen en microfoons zijn duidelijk zichtbaar aanwezig. De techniek krijgt daardoor een archaïsch tintje. Zichtbare kabels laten high tech veranderen in low tech: een gevecht van een ouder wordende man met dingen die hij niet langer begrijpt of misschien nooit heeft begrepen. Zoals vrouwen. Steeds opnieuw probeert hij vat te krijgen op die wereld, maar altijd is er de wens om zich terug te trekken. Helaas "is er niets dat niet iets anders aanraakt".